Sinds kort is Storify in beta, een mooie aanleiding voor een testdrive. Wat is Storify? Nou dat is het best te omschrijven als een tool die een selectie van Tweets om tovert tot een samenhangend verhaal, eventueel vergezeld van jouw toelichting en beeldmateriaal dat in de tweets voorkomt.
Niet dat ik een voetbalfan ben, maar het leek me een uitgelezen kans om een gedeelte van een wedstrijd zo weer te geven. Ik moet zeggen dat het erg gemakkelijk ging, tweets kun je namelijk gewoon vanuit Twitter.com aan een ‘story’ toevoegen, waarna je op Storify zelf het verhaal gaat editen.
Eenmaal op ‘Storify’ geklikt verschijnt er een popup waar je een ‘story’ uitkiest om de tweet aan toe te voegen.
In mijn ogen is Storify een eenvoudige manier om orde te brengen in een enorme stroom aan tweets en hier de highlights uit te halen, ook voor mensen die de tweets niet hebben gevolgd. Het leuke is dat de verslaglegging als het ware gevormd wordt door ‘the crowd’ wat een verdieping kan geven of juist het publiek ergens van kan overtuigen. Dat kan dus voor voetbalwedstrijden werken maar ook voor:
Concerten
Politieke debatten
TV series en andere (live) programma’s
Congressen
Eigenlijk is Storify geschikt voor conversaties op Twitter over welk thema dan ook. Voordeel is dat een storie eenvoudig gedeeld kan worden en zelfs embed kan worden op bijvoorbeeld WordPress, Tumblr, Mailchimp of Posterous. Waar zie jij nog interessante toepassingen?
Zie hier dus de PSV – AJAX story als voorbeeld, om een of andere reden met heel veel witregels (even scrollen dus svp):
Interessante presentatie die ik tegen kwam op de site van We Are Social, één van de betere social agencies van het moment. De presentatie is echter weer van een ander agency genaamd Space150 en doet een toekomstvoorspelling die wat breder is dan alleen social.
Als uitgangspunt voor de presentie worden de volgende vragen gesteld:
Bij een statusupdate denken de meeste mensen aan een WieWatWaar op Hyves. Daar zijn voor de gemiddelde Nederlander Facebook en Linkedin bij gekomen. Ook daar kun je aan je achterban laten weten waar je mee bezig bent.
Dan Twitter, een platform waarbij het enkel en alleen om de statusupdate draait. En wat je weer kunt koppelen aan al die andere platformen (Hyves, Facebook, Linkedin) zodat je in één keer alles update vanuit een centraal punt.
Toen kregen we vorig jaar ook nog eens Foursquare (statusupdate & locatie) en Plancast (statusupdate in de toekomst) erbij.
En het gaat verder. We kunnen met tools als Miso (zie video) ook statuspudates geven over wat we aan het kijken zijn. Op zich niet zo heel raar omdat mensen dat vaak TOCH al via Twitter vertellen, maar grappig dat het straks automatisch ook gaat.
Wat straks ook automatisch gaat is het delen van statusupdates over aankopen. Zo kun je makkelijk delen met anderen wat je zojuist gekocht hebt en het hier over hebben met vrienden. Blippy is die dienst die creditcard aankopen koppelt aan checkins. Als je ergens betaald hebt met je creditcard zul je daar namelijk ook wel geweest zijn. Maar naast het delen van je locatie deel je dus ook direct hetgeen wat je hebt gekocht.
Nu kan het aan mij liggen (ben tenslotte ook al 35 maar dat gaat voor mij net even te ver. Mooie tool voor dieven, weten zij ook direct wat je in huis hebt. En onhandig als je voor iemand een kado koopt. Ik zie ook wel voordelen hoor, dat met een feed naar je verzekering alles direct verzekerd is en dat je ook recommendations kan krijgen van aankopen die anderen met een even groot gat in de hand hebben gedaan enzo.. maar toch.
Interessante conclusies uit een onderzoek van HP waaruit blijkt dat een groot aantal volgers van een Twitter-gebruiker, nauwelijk iets uitmaakt voor de invloed van diegene. Iemand die meer actief is op Twitter (en dus ook vaker de interactie aangaat) zal veel meer volgers hebben die betrokken zijn en dus ook gaan retweeten.
Het helpt iets als je Britney of Oprah bent, maar engagement telt zwaarder. Niet onlogisch als je bedenkt dat Twitter nu eenmaal niet bedoeld is om te zenden.
Is het een Twitterclient? Is het een newsreader? Een RSS-Reader? Nee……het is Flipboard!
Op Facebook en op Twitter zien we dagelijks een hoop interessante content voorbij komen. De presentatie hiervan is echter saai, namelijk in tekst en slechts in 140 tekens. Of nog minder als de tweet een link bevat.
Flipboard brengt hier radicaal verandering in en presenteert allerlei content van het web op een overzichtelijke manier. Als in een magazine. Alleen dan op de iPad manier. En met één groot verschil: door algoritmes achter de schermen is hetgeen je gepresenteerd krijgt ook nog eens persoonlijk en relevant. De content wordt namelijk gefilterd op de volgende mogelijkheden:
Populariteit op basis van aantal Retweets en Facebook Likes
Content van vrienden waar je het meest contact mee hebt
Op deze manier kun je op een relaxte manier bij het ontbijt of ‘s avonds op de bank even bijlezen wat het belangrijkste nieuws was en wie dat met je deelde. En het eventueel ook weer delen met anderen. Het bijzondere is dat iedereen, ieder tijdstip van de dag dus een ander magazine kan lezen. De makers van Flipboard hebben nog meer concrete plannen om de lees-ervaring beter te maken. Door locatie-gebaseerde content toe te voegen en onderscheid te maken tussen vrienden aan de hand van hoe influential zij zijn (in aantal followers, retweets etc) kan deze content nog relevanter.
We praten eigenlijk over het eerste semantische magazine, compleet samengesteld op basis van recommendations en filters afgestemd op jou. Zelfs uitgevers kunnen hier nog blij mee zijn, want bij het lezen van een artikel kun je direct door naar de desbetreffende website waar de content vandaan komt. Die wordt namelijk direct gecached en kan dan snel, inclusief advertenties, worden vertoond en natuurlijk worden gedeeld.
Zie hier de korte uitleg van Flipboard.
Wat me opvalt is dat Flipboard eigenlijk een manier gevonden heeft om een magazine te maken zonder zelf content te creëren. Hun dienst is het faciliteren en brengen van relevant nieuws in een zeer, zeer gelikt jasje. In de toekomst zullen hier vele features bijkomen. Want op zich zou ik naast Facebook en Twitter ook wel mijn Linkedin willen koppelen. En misschien ook wel andere platformen als Youtube en Flickr. Maar aan de andere kant denk ik dat ze met Facebook en Twitter 95% van de informatie op het web wel gecovered hebben.
Eigenlijk lijkt het model ergens wel op de manier waarop sociale nieuwssite Digg haar content brengt. Als ik Flipboard echter vergelijk met een Digg in een mooi jasje doe ik het flink te kort. Daarom zal ik het maar gewoon zeggen: Flipboard is de reden om die iPad eindelijk maar eens te gaan aanschaffen.
Zie hieronder een langere video waarin Robert Scoble (@scobelizer) de CEO Mike McCue interviewt en je goed kan zien hoe verschrikkelijk mooie App dit is.
PS: Heb je al een iPad? Download de gratis App dan hier. Helaas moeten iPhone gebruikers nog eventjes wachten..
Zoals reeds in een eerdere post aangegeven ben ik betrokken geweest bij het RTL Twitterdebat vorige week. Op Marketingfacts heb ik van de week al een post gezet met daarin de eerste resultaten The Day After.. Ik plaats de post bij deze ook even hier.
Frits Wester in actie tijdens het RTL Debat
Woensdagavond 2 juni van 20.00 – 21.30 uur ging er een tsunami over Twitter tijdens het RTL Twitterdebat. Als één van de betrokken bij dit project leek het me interessant om een aantal ervaringen te delen.
Van te voren was het moeilijk in te schatten hoeveel mensen er zouden gaan deelnemen. Gezien de populariteit van de verkiezingen op Twitter hielden we rekening met zo’n 10.000 deelnemers. Om voor een schaalbare oplossing te zorgen werd de hosting ondergebracht bij Amazon. Om een idee te geven: daar draaiden op het hoogtepunt zo’n 19 servers, overigens op 50% van hun capaciteit. Eventuele vertraging bij sommigen lag echt aan de hoeveelheid tweets die via de browser werden binnengehaald. Een simpele F5 loste dat echter op.
Politici en kiezers debatteerden over zes stellingen, aan de hand van thema’s als veiligheid, economie en milieu en onder begeleiding van Frits Wester op Twitter. Interessant was om te zien dat De Piratenpartij volgens bijna 30% van de bezoekers als beste naar voren kwam in het debat, met Marianne Thieme (circa 13%) en Halsema (circa 12%) als tweede en derde. Actieve participatie werd dus duidelijk door het publiek gewaardeerd.
Enkele kerncijfers:
ca. 34.000 bezoekers, waarvan 29.000 uniek
ca. 30.000 tweets
ca 8.000 deelnemers
ca. 900.000 hits
#rtldebat worldwide trending topic van 21.00 – 21.30 uur
Verwachting vooraf
Het was moeilijk in te schatten hoeveel twitteraars er zouden deelnemen. De eerste verwachting was dan ook dat dat er minder zouden zijn dan bij de eerdere RTL TV-debatten. Immers zonder TV en Twitter-only was de kans op minder deelnemers groot. Toch zijn er zonder TV-uitzending van dit debat evenveel tweets gerealiseerd als bij het Premiersdebat en het Carré-debat.
Fruitmachine
Als voorzorg op vele bezoekers waren de tweets van Frits Wester en de politici reeds in aparte feeds weergegeven. Om geen verwarring onder het grote publiek te zaaien wilden we alle tweets laten zien. De meeste mensen willen namelijk hun eigen tweets terug zien ter bevestiging. In de publieke feed werd het daarom erg druk. Het vertonen van 30.000 tweets in anderhalf uur is ook nogal wat. Doordat we tweets van RTL en de politici andere kleuren hebben gegeven (om deze beter te kunnen herkennen) leek de publieksfeed af en toe wel een fruitmachine.
Een optie voor een volgend debat is om tweets langer te laten staan en bij grote drukte slechts een selectie te tonen. Gevaar daarbij is dat mensen kunnen denken dat hun tweets niet doorkomen met alle gevolgen van dien. Beter nog zou zijn om mensen hier zelf een keuze voor te geven, of wellicht alleen tweets te laten zien van mensen die zij volgen. Voor nu wilden we het gewoon ook niet te moeilijk maken. We hebben dan ook nauwelijks tweets ontvangen van mensen die het niet snapten. Daarnaast was de schaalbaarheid een focusgebied en wilden we het systeem snel houden en niet te ‘zwaar’ maken. Tenslotte de veiligheid. Er zijn veel voorzorgsmaatregelen genomen om beïnvloeding van het debat te voorkomen. Dit was onder andere terug te zien in de zeer kleine hoeveelheid spam-accounts die op trending topics afkomen.
RTL is tevreden met de massale belangstelling en beschouwt het debat dan ook als een geslaagd experiment.
Debatleider Frits Wester, die overigens zijn followers tijdens het debat met meer dan 2.000 zag toenemen: “Het was een fantastisch experiment, waaraan massaal is deelgenomen. We hebben ervoor gekozen om het debat voor iedereen toegankelijk te maken en alle tweets te laten zien. Daardoor ging het ontzettend snel en was het soms lastig te volgen. Gelukkig waren de tweets van de politici goed te volgen omdat ze een eigen stream hadden. Heel spannend, maar geweldig om te doen.”
En dat is eigenlijk ook hoe ik er naar kijk. Het was een zeer interessant project met zeker wat ruimte voor verbetering en daar zijn genoeg ideeën over. RTL heeft hiermee aangetoond experimenten aan te durven en naast een brede massa-benadering via RTV ook het publiek te willen betrekken via nieuwe manieren en mee te gaan met de ontwikkelingen.
De uitslagen van de poll die gehouden werd staan overigens hier.
De afgelopen weken stonden voor mij in het teken van het Twitterdebat van RTL dat vanavond om 20.00 uur gaat plaatsvinden. De sterk toenemende populariteit van Twitter bij de politici belooft in ieder geval een mooie deelname vanuit de politiek. Ik denk dat we er in geslaagd zijn een systeem te ontwikkelen dat het eenvoudiger maakt om het debat te volgen dan alleen via de twitterstream die je krijgt door het volgen van de officiële hashtag #rtldebat.
Gisteren heb ik bij RTL hierover een interview gehad met Marketingfacts, ik plaats dat bij deze even door voor wat achtergrondinformatie vanuit RTL:
Femke Halsema, Boris van der Ham, Alexander Pechtold, Maxime Verhagen, Jan Kees de Jager, Mei Li Vos, André Rouvoet, Mariëtte Hamer doen vanavond mee aan het Twitterdebat van RTL Nieuws. Met de hashtag #rtldebat wordt geprobeerd structuur en controle aan te brengen, als moderator treedt Frits Wester op. Iedereen mag meedoen, als Widers, Cohen of JPB nog willen inspringen, dan mag dat van RTL. RTL vroeg John Meulemans (SomeLikeItSocial) en Nico Schoonderwoerd (Twirus) voor de uitvoering, bij RTL is Jasper Teijsse verantwoordelijk: “Voor ons is het een spannend experiment. Een unieke manier om de kijkers een op een in contact te brengen met politici.”
Femke Halsema, Boris van der Ham, Alexander Pechtold, Maxime Verhagen, Jan Kees de Jager, Mei Li Vos, André Rouvoet, Mariëtte Hamer doen vanavond mee aan het Twitterdebat van RTL Nieuws. Met de hashtag #rtldebat wordt geprobeerd structuur en controle aan te brengen, als moderator treedt Frits Wester op. Iedereen mag meedoen, als Widers, Cohen of JPB nog willen inspringen, dan mag dat van RTL. RTL vroeg John Meulemans (SomeLikeItSocial) en Nico Schoonderwoerd (Twirus) voor de uitvoering, bij RTL is Jasper Teijsse verantwoordelijk: “Voor ons is het een spannend experiment. Een unieke manier om de kijkers een op een in contact te brengen met politici.”
Waarom eigenlijk een debat via Twitter? Daar vind je niet de gemiddelde Nederlander…
Jasper Teijsse (RTL): “We besteden als RTL volop aandacht aan de verkiezingen. Met de beide debatten en een dagelijks programma op RTL4 om half elf bereiken we een grote en brede doelgroep. Maar we vinden dat er tijdens de verkiezingscampagne bij RTL ook een moment moet zijn om de kijkers in contact te brengen met politici. Frits Wester heeft 46000 volgers, is een erg actieve twitteraar en een van de weinigen die ook tweets beantwoordt. Dan is Twitter een logisch platform om te gebruiken voor de kijkers en de politici. Ja, dat maakt de doelgroep een stuk smaller. Maar de brede doelgroep is al bediend met de tv-programma’s. Twitter is wel voor iedereen toegankelijk. Iedereen die interesse heeft kan gewoon meedoen. Social media als Twitter lenen zich voor een debat als dit. Er is een hele actieve doelgroep, dus we verwachten een actief debat.”
Met zijn allen door elkaar. Dat wordt een puinhoop…
Teijsse: “Het is niet zo dat we alleen maar met hashtags werken. Het is juist de opdracht en de uitdaging om het voor iedereen toegankelijk te houden en het zo te stroomlijnen dat er een actieve en overzichtelijke discussie ontstaat.”
Meulemans: “Ik had zelf de eerste ideeën voor een backchannel en daar zijn we uiteindelijk op verder gegaan. We werken met een hashtag. Maar op de site hebben we verschillende aparte kanalen. Een is voor Frits Wester, die constant als moderator in beeld is. Er is ook een speciaal vak voor de politici, dat dus seperaat te volgen is, zonder dat je ze ziet verdrinken in de grote brij. Die grote brij, tweets van de politici en de tweets van Wester verschijnen in verschillende kleuren. Ik denk dat het niet helemaal is tegen te houden dat het druk wordt en dat er een drukke stream zal ontstaan. Het is de taak van Wester om er dingen uit te pakken en aan politici voor te leggen. Om het kwartier hebben we een nieuwe stelling. Ook op die stelling kun je antwoorden via een poll. Via de backchannel kun je ook je tweets invoeren. Die zijn automatisch voorzien van de hashtag #RTLdebat. Het is zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk.”
In het lijstje hierboven ontbreken best veel politici die wel actief zijn op Twitter. Hoe zit dat, mochten sommige bewindslieden niet meedoen van jullie?
Teijsse: “Natuurlijk mag Job Cohen meedoen, maar dat is niet de meest voor de hand liggende kandidaat voor een Twitterdebat. De politici die meedoen, zijn al heel actief op Twitter. Dat zal de kwaliteit en de authenticiteit van het debat erg vergroten. Maar nogmaals: iedereen mag meedoen. Cohen en Balkenende, kom maar op. Wilders ook.”
Wanneer is dit geslaagd? Moeten we dit zien als een experiment?
Teijsse: “Het is een heel spannend en bijzonder experiment. Er liggen genoeg gevaren op de loer. De uitdaging is om het technisch te realiseren op een zodanige manier dat het inhoudelijk de moeite waard is. We kijken er vol verwachting naar uit.
Hoe groot is het team dat gaat modereren? Hoe voorkom je misbruik?
Meulemans: “Als je ziet dat iets trending topic begint te worden, dan springen spammers er direct op. Het is een beetje een paardenmiddel. Maar we willen vragen om niet te twitteren met een hyperlink, die tweets komen niet in de stream terecht.” Nico Schoonderwoerd (@klup): “Ik verwacht niet dat er tijdens een debat veel links gepost worden. Tijdens het debat hebben links niet heel veel nut. Het gaat om de inhoud. Het is een middel om spammers tegen te gaan.”
Teijsse: “We merken dat er heel veel enthousiasme is op dit moment. Politici zijn altijd op zoek naar een manier om direct met het publiek te communiceren. Om effectief te comuniceren moet je niet alleen maar zenden, je moet actief in discussie gaan. Dat faciliteren we als RTL graag. Voor ons is het een unieke manier om de kijkers een op een in contact te brengen met politici. Het is een spannend experiment: vol verwachting klopt ons hart.”
Vanavond 20.00
Iedere Twitteraar kan meedoen met de hashtag #rtldebat en via Watkiestnederland.nl en Rtldebat.nl is het debat vanavond vanaf 20.00 te volgen. Wester modereert, iedereen kan direct reageren op stellingen en standpunten van politici. Onderwerpen die via stellingen aan de orde komen, zijn onder meer veiligheid, integratie, milieu en de portemonnee van de burger. Wester: “Erg leuk en bijzonder om via Twitter in debat te gaan met politici en de mensen die op ze gaan stemmen.”
Zoals ik al aangaf in het interview ben ik uitgegaan van een ‘opgevoerde’ backchannel waar we aparte ruimtes hebben gereserveerd voor Frits Wester, de politici en het grote publiek. Daarnaast is er nog een extra vak voor opvallende twitteraars. Wie daar precies in komen bekijken we tijdens het Twitterdebat. Dit kunnen journalisten zijn, BN’ers of zeer actieve participanten uit het publiek. Voorlopig laten we de linkfunctie overigens nog even aan, maar ervaring leert dat wanneer iets een trending topic wordt wereldwijd, dat de spammers al snel opduiken met allerhande obscure sites en dito geneesmiddelen.
Zie voor meer uitleg: www.rtldebat.nl/uitleg. De pagina van het RTL debat zelf wordt vanavond openbaar gemaakt. Deze is nu nog password protected.
Hoe dan ook wijst het allemaal zichzelf, zie onderstaand image (clickable) voor toelichting. Ik hoop je vanavond te zien!
Op dit moment kampen veel merken met de snelheid waarop de ontwikkelingen van het sociale web elkaar opvolgen. Niet alleen is de social media trein al een tijdje vertrokken, hij lijkt ook wel steeds sneller te gaan. De ontwikkelingen zijn moeilijk bij te houden en op waarde te schatten. Ik geef hierbij dan ook even een update van de belangrijkste ontwikkelingen van deze maand.
In het kort: Web 3.0 is werkelijkheid geworden en Facebook claimt het. We kennen allemaal de ‘Like’ button op Facebook: Die button kan vanaf nu op iedere site geplaatst worden. Waarom is dat interessant? Nou om te beginnen is de content ‘instantly social’ zoals CEO Mark Zuckerberg het noemt. De content is deelbaar richting Facebook en wel ZONDER in te loggen op desbetreffende website. Daarnaast zal iedereen die het artikel ‘Liked’ een hyperlink krijgen van zijn Facebook profiel naar de website. Wellicht overbodig om te zeggen, maar dit is interessant voor traffic en branding aspecten. Dit wordt mogelijk gemaakt door een set ‘Social Plugins’ die Facebook ter beschikking stelt.
Alle webcontent kan zo gedeeld worden. Zo ook films (IMDB) en bijvoorbeeld muziek (iTunes / Last.fm) zodat je automatisch in je profiel kan aangeven waar je fan van bent en dat kan delen met vrienden. Facebook is hiermee heel hard op weg de centrale hub van het sociale web, het nieuwe internet te worden.
Vergaande integratie
Met relatieve eenvoud (een stuk code op de website plakken) worden de sociale plugins toegevoegd. Zie ook de Like button onder iedere post op dit blog (probeer maar!!) en de Recommendations Plugin hier aan de rechterkant. Je kunt zo dus ook zien wie van je vrienden nog meer op een bepaalde site is geweest en wat volgens hen de meest interessante content is.
Dit gaat nog een stap verder als sites hun content afstemmen op de bezoeker. Even concreet: Als jij op de IMDB website de film Star Wars ‘liked’ wordt deze voorkeur toegevoegd aan je Facebook profiel. Sites als BOL.com maar ook de Telegraaf kunnen vervolgens op basis van die informatie de Star Wars DVD resp. het laatste Star Wars nieuws presenteren. Bedenk (los van privacy issues) maar even wat dat voor implicaties heeft.
Voor meer informatie en meer achtergrond zie de geweldige post met het verslag van het F8 event van Facebook door @timanrebel.
Eerlijk gezegd werd @anywhere al in maart aangekondigd, maar in april annonceerde Twitter pas het developers platform. @anywhere is eenvoudig gezegd een mooie manier om de integratie van Twitter op websites te vereenvoudigen. Er zitten een paar interessante features in waaronder het ‘hovercard’. Iedere @ op de site laat informatie zien die van Twitter komt door middel van een mouse-over. Probeer het maar eens bij @j0hn. Zoals je ziet wordt elke @tekst dus een link!
Door slechts een klein stukje code toe te voegen kun je deze functionaliteit implementeren. De volgende stap is dat je ook eenvoudig content kan delen op Twitter zonder van de site weg te gaan. Nu krijg je minimaal een popup of wordt je doorverwezen naar Twitter. Dat hoeft dus ook niet meer en je bezoekers blijven waar ze moeten zijn: Op je website.
Lang verwacht en nu eindelijk uitgerold.. Twitter’s eerste stappen naar een businessmodel. Met promoted tweets kunnen adverteerders op CPM basis advertenties inkopen die bij een zoekopdracht verschijnen. De advertentie verschijnt als reguliere tweet waar mee ook interactie (retweet, reply, favoriting) mee kan worden aangegaan. Wel wordt aangegeven dat het om een promoted tweet gaat.
Voor degenen die het merk volgen op Twitter zal de advertentie in de timeline verschijnen. De advertentie zal op een vaste positie blijven staan zodat hij niet tussen de rest van de tweets verdwijnt. Als gebruiker krijg je maximaal één advertentie te zien.
Het innovatieve van promoted tweets is dat wanneer er geen interactie plaatsvindt, de advertentie op den duur zal verdwijnen. Vindt er wel interactie plaats dan blijft hij staan. Als adverteerder kun je dus maar beter zorgen dat je een relevante boodschap hebt. Het is nog te vroeg om de precieze implicaties te beschrijven, maar ik ben benieuwd naar de eerste resultaten. Wellicht zijn promoted tweets gewoon het perfecte platform om de ‘vraag van de dag’ te beantwoorden of is het de perfecte inhaker bij een crisis.
Search wordt ook relevanter door toevoeging van social componenten. Google is ook in april een samenwerking aangegaan met Bazaarvoice, een tool om reviews en ratings toe te voegen aan e-commerce websites. In het kort zullen we in de organische zoekresultaten dus ook reviews gaan terug zien. En in Adwords (betaalde resultaten) wordt het mogelijk om de zogenaamde ‘star ratings’ van producten op te nemen. De implicaties hiervan zijn dat goede Word-of-Mouth aan belang wint. Niet alleen een technisch geoptimaliseerde site, maar ook goede reviews gaan nu meespelen in search engine marketing!
Foursquare Venues nu echt open for business
Tot voor kort was het echt dramatisch om een ‘special’ toe te voegen voor je bedrijf op FourSquare. Vanaf nu is dat voorbij, op een speciale business pagina kun je nu aangeven dat jij de beheerder bent van een bepaalde venue. Eenmaal gedaan kun je zelf een loyalty-programma opzetten, want daar praten we natuurlijk over.
Enkele van de opties die je als venue eigenaar kunt toepassen:
Mayor Specials: De mayor is degene die in de afgelopen 60 dagen het meest is ingechecked. Denk aan ‘Gratis prosecco voor de mayor’
Count-based Specials: Te unlocken als je meer dan X keer ingecheckt bent. Denk aan ‘Je bent inmiddels 20 keer ingelogd, dat is een gratis hamburger voor jou!’
Frequency-based specials: Kunnen bij iedere X keer inchecken unlocked worden. Denk aan ’20% korting bij iedere 10e check-in’
Wildcard-specials: Zijn al unlocked maar bevatten wat extra condities voordat tot beloning overgegaan wordt. Denk aan ‘neem een vriend mee en laat je local badge zien voor een gratis welkomstdrankje’
Nu is het helaas zo dat Specials nog niet mogelijk zijn voor kantoren, maar ben je eenmaal zo ver kun je echte FourSquare stickers voor op je ramen gaan bestellen
iPad en iAd
April was ook de maand van de introductie van de iPad. Tevens werd voor het iPhone OS 4.0 het iAd platform gelanceerd. Volgens Steve Jobs met name omdat de huidige mobiele advertenties slecht zijn. Volgens sommigen zou Apple er in kunnen slagen om mobile ads ‘sexy’ te maken.. we’ll see.
Mis jij nog een belangrijke ontwikkeling in april die ik heb gemist? Laat het dan even weten in de comments…
Inchecken op Twitter, Facebook, FourSquare.. een dagelijkse routine voor velen. Maar heb je ooit wel eens bijgehouden hoe vaak je dat nu eigenlijk doet?
Een beetje social media expert (tegenwoordig vallen ze uit iedere boom) doet het van ‘s morgensvroeg tot ‘s avonds laat. Een gedrag dat overigens ook al normaal wordt bevonden door de doorsnee internetgebruiker, aldus een onafhankelijk onderzoek in opdracht van Retrevo, onder 1.000 respondenten.
Een paar opmerkelijke / confronterende bevindingen:
Facebook en Twitter worden ook in bed gebruikt; 48% van de respondenten checkt in als ze in het midden van de nacht wakker worden of gewoon als first thing in de ochtend. Jongeren onder de 25 zijn hierin het ergst.
Is men ook nog iPhone gebruiker? Dan is het percentage nog hoger. Door de eenvoud en snelheid waarmee het nieuws even kan worden doorgenomen is de locatie waar men zich bevindt blijkbaar ondergeschikt.
56% van de social media gebruikers checkt zijn / haar Facebook iedere dag, 12% checkt of gebruikt Facebook zelfs om de paar uur.
32% vindt het niet erg om een bericht te ontvangen tijdens het eten, 24% van de respondenten onder de 25 jaar vindt het niet erg om naast het faxen naar Darmstad ook nog elektronische berichten te ontvangen en ja, uit dezelfde groep vindt 11% het ook niet erg om tijdens de daad gestoord te worden.
Alhoewel niet geverifieerd kan worden in hoeverre de data representatief is voor de gehele populatie komt een en ander mij wel bekend voor. Met alles wat onze kleine gadgets tegenwoordig kunnen, de handzaamheid ervan en de werkdruk vandaag de dag…. komt bij mij ook regelmatig de iPhone even naar boven tijdens het eten of tandenpoetsen. De rest is off-limit overigens, maar ach…. ik ben dan natuurlijk ook al 25 geweest!
Onderstaand artikel is op 4 maart 2010 als gastcolumn verschenen in de nieuwsbrief van Holy Cow! als reactie op een artikel uit Adformatie en wilde ik u niet onthouden……
Sociale web nog lang geen geldbron?
Op 3 december 2009 kopte reclamevakblad Adformatie op haar voorpagina ‘Sociale web nog lang geen geldbron’. Call to Action vroeg John Meulemans van ‘Some like it social’ om een reactie.
John Meulemans: “Uitgevers van publieksbladen vinden de impact van sociale media vaak overschat omdat zij het zelf nog ontzettend moeilijk vinden om er geld mee te verdienen. Ik begrijp dat wel. Na jarenlang bereik te hebben verkocht van mooie doelgroepen, is het schrikken als het jarenlang gehanteerde advertentiemodel onder druk staat. Internet is vandaag de dag geen plek meer voor eenrichtingsverkeer, knipperende banners en push-boodschappen, maar voor relevantie, relaties en reputaties.
Expert
Dat betekent dat uitgevers hun businessmodel hierop zullen moeten aanpassen. Kijk, die mensen komen niet voor niets naar die websites. Die willen specifieke informatie over mode, wonen, moederschap of auto’s. Uitgevers moeten dus terug naar de basis, naar de rol van de expert. De expert die advies geeft en vertrouwen geniet, die een intermediair is tussen mens en merk als het ware. Ook merken kunnen zich mengen in deze conversatie. Hierbij geldt het nu op internet populaire gezegde ‘Reputation is the new wealth’.
Platte verkoop versus positieve buzz
Met de huidige transparantie is platte verkoop uitgesloten, evenals adviezen die niet authentiek zijn. De upside: goed advies spreekt zich rond met alle positieve gevolgen van dien.
Dit geeft mogelijkheden om af te rekenen op basis van brand favourability. Hoe meer positieve buzz, bijvoorbeeld in de vorm van comments of twitter-hashtags (een soort labeltjes), hoe meer een merk betaalt.
Nog even terug naar die expert. Dat kan ook best een andere consument zijn. Kijk maar naar het succes van online klantensupport-tool GetSatisfaction. Hiermee kunnen klanten elkaar ook helpen. Sterker nog, zij kunnen gestructureerd ideeën aanleveren zodat voor merken helder wordt wat de doelgroep graag (anders) ziet.
Relevantie van content
Ook uitgevers kunnen hun content beter afstemmen op de behoefte en wellicht beginnen met het rangschikken van content op basis van populariteit, op relevantie dus. Dat laatste geldt ook voor de advertenties zelf. Die mogen ook relevanter worden. Sociale nieuwssite Digg (30 miljoen unieke bezoekers per maand) is momenteel aan het testen met advertenties waarop gestemd kan worden. Hoe hoger de rating, des te beter de positie. Adverteerders met lagere ratings betalen zelfs een hogere cost-per-click. En op Facebook kunnen advertenties tegenwoordig ook weggeklikt worden. Gevolg: advertenties (of beter nog, gesponsorde content) krijgen een hogere relevantie en meer attentiewaarde.
FacebookConnect
Facebook zou trouwens wel eens erg interessant kunnen zijn met haar dienst FacebookConnect. Uitgevers zouden dit kunnen integreren op hun sites, zodat de bezoeker met een Facebook-profiel kan inloggen. Met de toestemming van de bezoeker kunnen diverse vormen van interactie (bijvoorbeeld een comment of rating) als status update op het Facebook profiel worden getoond. Iets wat weer traffic van nieuwsgierige vrienden oplevert. De online nieuwssite Huffington Post heeft dit al een behoorlijk groei in traffic en interactie opgeleverd.
Een andere mogelijkheid van FacebookConnect is om (sponsored) content aan te bevelen op basis van Facebook profiel-informatie. Amazon doet dit al jaren, maar nu kunnen ook ‘kleinere sites’ als die van uitgevers dit met de database van Facebook. Een van de eerste voorbeelden was een campagne van Volkswagen in 2009.
Dat we momenteel in een overgangsfase zitten moge duidelijk zijn, evenals het feit dat het huidige advertentiemodel zijn beste tijd heeft gehad. Het is hoog tijd voor nieuwe initiatieven en meer experimenten. De geldbron van het sociale web zit niet in verkoop, maar in relevantie en in relaties. Reputation is the new wealth!
Na een radiostilte eind vorig jaar (huwelijkreis!) zal ik regelmatig weer nieuwe trends, onderzoeken of andere social media gerelateerde informatie gaan publiceren. Zo langzamerhand begint bij de meeste bedrijven door te dringen dat net als de komst van internet zelf, het socialer worden ervan niet te stoppen is. Social media maakt zijn opmars in alle hoeken van (online) communicatie.
Maar goed, het is januari en dus tijd voor allerlei lijstjes. Geheel in deze traditie heb ik dan ook 10 trends op social media gebied opgesteld. Trends waar iedere marketeer of mediaprofessional volgens mij in 2010 aandacht aan zou moeten besteden.
Let wel, de volgorde is geheel random en het zou best wel eens kunnen dat jij vindt dat je een trend mist. Dat hoor ik dan heel graag van je in de comments. Leuk artikel? Dan even retweeten please!
Trend 1: There’s an app for everybody!
De techniek om apps te maken voor Iphone, Blackberry of Android is inmiddels geen rocketscience meer. Zo zien we steeds vaker software waarmee ook niet-programmeurs apps kunnen maken als AppMakr en het Nederlandse Steape. De uitspraakt “There’s an app for that” wordt dus “There’s an app for everybody” binnenkort. Steeds meer bloggers hebben een eigen app en merken zullen niet achterblijven.
Trend 2: Appvertising neemt een vlucht
De AppStore van Apple is inmiddels in 77 landen beschikbaar en recentelijk annonceerde Steve Jobs dat er inmiddels 3 miljard apps zijn gedownload. Er zijn een flink aantal populaire apps, ook voor Android en Blackberry. Het adverteren in apps is derhalve ook in opkomst. Dat zie je aan marktbewegingen zoals de aankoop van mobiele advertentienetwerken door zowel Google als Apple. En het feit dat adverteerders flinke interesse hebben in appvertising natuurlijk.
Trend 3: Oorlog tussen Facebook en Google om profielgegevens van de gebruiker
Zowel Google als Facebook proberen momenteel de slag om de gebruiker te winnen. Beide partijen hebben in 2009 initiatieven gelanceerd waarmee de gebruiker zijn vrienden en data overal mee naar toe kan nemen en andersom alles kan koppelen aan Google of Facebook. Ik heb het hier over Facebook Connect en Google Friendconnect.
Met deze diensten kunnen gebruikers met hun account inloggen op andere sites. Dat is gemak voor de gebruiker (niet weer een formulier invullen) en desbetreffende website heeft direct een aantal gegevens van de gebruiker uit het profiel. Bij Facebook Connect is het interessant dat alle activiteit van de gebruiker op de site direct gecommuniceerd kan worden naar het Facebook profiel. Dus als de gebruiker bijvoorbeeld een comment of rating achterlaat, wordt dat op zijn / haar Facebook Wall geplaatst, zodat vrienden hier op worden geattendeerd.
Dit levert traffic op voor de website en maakt Facebook direct belangrijker als bron voor informatie voor de gebruiker in het algemeen… Dat al deze informatie gebruikt kan worden om relevantere advertenties te tonen is waar zowel Google als Facebook op azen.
Tenslotte is er nog een optie waarom dit een interessante trend is. Als je als gebruiker op een website komt waar je kunt inloggen met Facebook Connect, kun je zien wie van je vrienden ook op die site waren, of zelfs wat mensen met een soortgelijk Facebook profiel als jij ook een goed artikel, product of dienst vonden. Recommendations á la Amazon, maar dan via een externe site (Facebook in dit geval).
Trend 4: Social media gaat mobile
Alle grote sociale netwerken (Linkedin, Facebook, Twitter en zelfs Hyves) hebben hun eigen (iPhone) app. Toch hebben zij vorig jaar kansen laten liggen op het gebied van social media en mobiliteit. Partijen als FourSquare en Gowalla zijn hier dan ook ingedoken en groeien razendsnel. FourSquare draait bijvoorbeeld om het inloggen op locaties (restaurants, bedrijven, kroegen, sportscholen) en hiervan een statusupdate geven naar FourSquare, dit eventueel gekoppeld aan Twitter en Facebook. De gebruikers kunnen deze plaatsen zelf invoeren.
FourSquare ziet op basis van GPS waar je het dichtst bij in de buurt bent en inloggen doe je met een paar drukken op de knop. Een statusupdate geven op Twitter of op Facebook is moeilijker. En je ziet dus waar je vrienden zijn, wat ‘toevallige’ ontmoetingen stimuleert.
Naast status-updates is er ook nog een spel-element wat een extra ervaring toevoegt. Zo kun je op FourSquare Mayor worden van plaatsen waar je vaak komt, iets wat potentieel een erg interessant model kan zijn voor horeca en winkels. Denk dan aan een gratis koffie bij je bagel of een gratis prosecco bij binnenkomst, iets wat bezoekers kan trekken. Zo zijn er nog meer elementen rondom FourSquare en Gowalla die het gebruik leuk maken, echter gaat dat even deze trendlijst voorbij.
Trend 5: Social Search
Tot voor kort was een goede positie op search engines een kwestie van techniek en slimme copywriting. Bedrijven die hun Search Engine Optimisation goed voor elkaar hadden en bijhielden hadden de topposities tussen de natuurlijke links. Toch zal er met de opkomst van Social Search binnenkort meer bij komen kijken. Als zoekresultaten straks gefilterd worden door ratings (of zoekresultaten die je vrienden interessant vonden) wordt het veel belangrijker om ook te kijken naar online word-of -mouth en het leveren van relevante content. Nóg een reden voor merken om zich meer te richten op de werving van ambassadors, het vragen van reviews / feedback van klanten, de rol van de search marketeer iets terug te draaien en de klant belangrijker te maken.
Zie hier de uitleg van Google Social Search:
Trend 6: Social CRM & the Intention Web
CRM oftewel Customer Relationship Management krijgt social media extensies. Dat houdt zoveel in als dat de klantendatabases van oa Siebel, SAP, Salesforce en ACT! naast de bestaande data ook informatie gaan opnemen uit bijvoorbeeld LinkedIn en Facebook. Op deze wijze kunnen de pakketten continu ververst worden met de meest actuele data uit iemands profiel, zijn social graph en de conversaties van desbetreffende contactpersoon. Zie deze pagina voor een completere lijst van aanbieders en de nieuwe functionaliteiten.
Iets wat dichtbij Social CRM ligt is the Intention Web. Momenteel is steeds meer informatie real-time. Op Twitter, Facebook, Linkedin en Hyves zeggen we waar we momenteel mee bezig zijn. En met real-time search kunnen we hieruit trends ontdekken, sentimenten uit conversaties destilleren en er actie op ondernemen. Toch is dat vaak te laat, aangezien het bijna onmogelijk is om op dat moment nog een relevante interactie op gang te brengen. Say hello to the Intention Web…
Sites als Plancast, Meetup, Tripit, Upcoming, Last.fm, 43Things maar ook Facebook Events, weten van hun gebruikers precies waar zij heen reizen, welke events men bezoekt of welke plannen men heeft en vaak ook nog met wie. Voor gebruikers interessant om de krachten te bundelen met anderen die dezelfde doelen hebben, voor bedrijven een kans om tot relevantere aanbiedingen te komen. Social CRM zal hier een belangrijke rol in gaan spelen.
Trend 7: Gaming & social media
De meeste PS3 en Xbox games hebben al enige tijd netwerkondersteuning en gamers nemen het al jaren online tegen elkaar op. Sinds kort kunnen gamers echter ook hun voortgang Twitteren of op Facebook zetten. Zelfs games en applicaties op de iPhone ondersteunen al Facebook Connect, waarmee internationale scorelijsten worden bijgehouden en statusupdates mee worden gegeven. En dan hebben we het niet eens over games op Facebook zelf, zoals Sorority live en Farmville. Facebook laat zich blijkbaar ook prima gebruiken als game-platform, aangezien het aantal Farmville spelers inmiddels richting de 80 miljoen gaat…
Trend 8: Augmented Reality
Wellicht wat overhyped door het hoge gadgetgehalte, maar verwacht in 2010 minder toepassingen die gemaakt worden ‘omdat het kan’ en meer business toepassingen. Zoals die van Ikea of Zugara. De link met social media? Daar geeft het Nederlandse Layar een mooi voorbeeld van. Met hun applicatie (een augmented reality browser) slaan zij de brug tussen online en offline door het kunnen zien waar je dichtstbijzijnde Hyves- of Twittervrinden zijn.
Trend 9: Viral video’s business as usual
De consumptie van online video blijft stijgen en adverteerders zien steeds meer de waarde van behaalde views in, als teken dat hun campagnes het publiek engagen. Daarnaast zijn viral video meetmethodieken steeds beter. Youtube biedt zelf redelijk gedetailleerde statistieken met Youtube Insight maar er zijn ook genoeg professionele partijen op de markt die deze dienst aanbieden. Deze partijen, als Visible Measures, Unruly Media of ons eigen ViralTracker, bieden zeer uitgebreide statistieken, zelfs over verschillende platformen.
Schieten met hagel en hopen dat een video viral wordt is niet meer nodig. De informatie die de verschillende aanbieders leveren geeft de adverteerder de munitie om viral video’s meer vanuit een wetenschappelijke manier te bekijken. Verwacht dan ook dat steeds meer en meer geinvesteerd gaat worden in viral seeding strategieën, als het promoten van video’s via online influencers, Facebook video-sharing applicaties en getargete betaalde plaatsingen.
Adverteerders zullen steeds beter worden in het ontwikkelen en selecteren van advertenties met het hoogste viral video potentieel voordat men ook maar begint met seeding. Pre-tests zullen de creative factoren onthullen met de beste invloed op het aantal viral views. Hoewel er nog steeds meer missers dan successen zullen zijn komt de kans op een nieuwe Samsung “Optical Illusions” of T-Mobile “Dance” steeds meer binnen handbereik.
Trend 10: Social Advertising
Banners met gebruik van profielinformatie, Twitterstreams of recommendations…. Op Nederlandse sites kom je ze nog niet vaak tegen (proof me wrong btw!). Op Facebook zijn echter al enige tijd zogenaamde social ads uitgerold, advertenties waarbij je vrienden worden gewezen op jouw interactie ermee.
De advertentie wordt hiermee relevanter voor vrienden door teksten als “Peter is net fan geworden van Starbucks” of “Wendy heeft net een review geschreven voor de nieuwe iPhone“. En sommige sites als Digg experimenteren met advertenties waarop gestemd kan worden. De populariteit van de advertentie bepaalt vervolgens de positie en de hoogte van de CPC die een adverteerder betaald.
Tenslotte zijn de advertentieformaten van het bedrijf Social Media ook nog het vermelden waard. Ik had er al eens over geschreven maar ik verwacht dat we in 2010 zeker meer dan dit soort advertenties zullen gaan zien. Advertenties met profielfoto’s, realtime poll resultaten van een community of geïntegreerde twitterstreams (nice voor slagzinnen!).
Dat het integreren van profielinformatie om advertenties relevanter te maken werkt ook in Nederland. Dat hebben we door alle interactieve video campagnes op Hyves (remember Stanislav?) inmiddels wel gezien.
Tenslotte
Social media is wellicht een verkeerde benaming voor de transformatie die Internet als geheel aan het doormaken is. Verwacht dus ook dat alles wat verbonden is aan Internet dit jaar socialer, opener en transparanter zal worden.
Hieronder in ieder geval nog een interessant interview van Robert Scoble met Jeremiah Owyang over trends in 2010. Als je even 25 minuten hebt… zeker het bekijken waard!
Social media wordt momenteel onterecht gezien als het ‘nieuwe ding’ op internet, maar in werkelijkheid praten we over een evolutie van internet zelf. Waar een aantal jaar geleden deze beweging werd ingezet door sites als MySpace en Wikipedia is onlangs flink de versnelling ingezet. Hyves zit rond de 8 miljoen leden in Nederland en Facebook is al over de 300 miljoen leden wereldwijd. Als je dat aantal leden zou vergelijken met inwoners van een land zou Facebook het derde grootste land ter wereld zijn.
Uitdaging
Veel merken zien deze groei ook en willen deel uitmaken van de beweging. Tegelijkertijd zien merken hun producten of diensten ook genadeloos besproken en vergeleken worden door de consument. De uitdaging is om hier op juiste manier mee om te gaan. Ook bureau’s zien de kansen en bedreigingen van social media en zijn vaak zoekende naar hun rol in het veranderende medialandschap.
Social Media Agency Support
Speciaal voor bureau’s die zich momenteel aan het oriënteren zijn heb ik een set van diensten ontwikkeld om ondersteuning te bieden op het gebied van strategie en waar gewenst de uitvoering. Zelf heb ik flink wat jaren bureau-ervaring en kan dus van dienst zijn om social media te integreren in het bureau-aanbod.
Hieronder een korte presentatie over deze Social Media Agency Support.
Op viralblog was al één en ander te lezen over de introductie van Assassin’s Creed II van Ubisoft. Het is één van de grootste game releases van dit jaar. De game zelf en het succes van Assassin’s Creed I zijn hier primair voor verantwoordelijk, maar innovatief gebruik van (social) media en middelen gedurende de introductiecampagne spelen ook een grote rol.
<disclaimer>En ik kan het weten want ik werk aan de Assassin’s Creed II introductie </disclaimer>
Ubisoft heeft recentelijk Hybrid Technologies overgenomen, de studio verantwoordelijk voor de films 300 en Sin City. Op zich een aparte move, maar geniaal als je bedenkt dat de korte film die gemaakt is een perfecte aanjager is voor de game. Je bent direct familiair met de personages en krijgt ook gelijk de mystiek en setting van de game perfect voorgeschoteld. In drie delen wordt deze korte film op Youtube wereldwijd gepromoot. Een voorbeeld waar voorbij de standaardcommercials gedacht wordt. En een strategische want we zullen vast meer van dit soort films gaan verwachten, wellicht op den duur zelfs van complete integratie in de games.
De eerste korte film (nogmaals zie onder) is in de eerste 24 uur meer dan 1,7 miljoen keer bekeken. Dit maakt het direct de meest bekeken video ooit in een periode van 1 dag! De volgende twee delen zullen wederom om YouTube worden gelanceerd, en wel op 13 november, enkele dagen voor de release van de game.
Maar dat is niet alles. Om de game lokaal te introduceren is door Ubisoft een virtuele klopjacht georganiseerd met een finale op een nog geheime locatie ergens in Nederland. Via Twitter, Hyves, Facebook en het mobiele gameplatform FourSquare zijn clue’s te vinden van Ezio Auditore de Firenze, de hoofdpersoon uit Assassin’s Creed II. Geheel in mystieke stijl van de game dienen fans diverse cryptische aanwijzingen te ontcijferen om de locatie van de finale te achterhalen. Een finale die overigens – offline- op 15 november zal plaatsvinden.
Aanwijzigingen worden gevonden door Ezio te volgen via zijn Twitter account waar hij dagelijks van zich laat horen. Tweets worden automatisch doorgeplaatst op zijn Facebook en Hyves profiel. Voor de eerste deelnemers die via de locatie de geheime website ontdekken zijn er diverse leuke prijzen, voornamelijk games en een Playstation3.
De Assassin’s Hunt finale vindt plaats op zondag 15 november. Op deze dag is Ezio, hoofdpersoon uit de game, ergens in Nederland en is het aan de deelnemers om hem te vinden. Het primaire wapen voor de fans die dag is FourSquare, de locatie gebaseerde mobiele game. Ezio zal regelmatig met FourSquare inloggen op alle locaties die hij bezoekt. Via FourSquare is hij dan ook eenvoudig te volgen en zijn er tips te vinden over de volgende locaties die hij bezoekt.
Naar mijn weten is er nog geen enkel merk dat ook maar iets met FourSquare heeft gedaan, dus hulde voor Ubisoft en hun durf om te innoveren. Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat FourSquare in 2010 veel vaker gebruikt zal worden door marketeers en merken. Zowel lokaal als landelijk.
Hieronder de beloofde video, het eerste deel van de drie korte films voorafgaand aan de game Assassin’s Creed II.
Gisteren verkondigde Michael Arrington van TechCrunch dat zij (net als andere sites overigens) vertrouwelijke gegevens van een hacker hadden ontvangen. Deze had de Gmail account van een Twitter medewerker gehackt en zo ook diverse documenten kunnen downloaden.
Documenten aangaande sollicitaties, memo’s maar ook financiële plannen en zelfs het pitch document van de veel gebuzzde Twitter TV show. Nu wil TechCrunch toch gedeeltes hiervan gaan publiceren, ondanks hevige kritiek van hun lezers.
Twitter zelf weet snel te verkondigen dat het in ieder geval niet gaat om gehackte Twitter accounts.
Hoe dan ook vind ik het ethisch gezien niet OK dat deze documenten nu zomaar gepost worden. TechCrunch verschuilt zich achter het feit dat het publiceren van nieuws vaker nadelig is voor sommige partijen: That’s just how news works!
Gebeuren dit soort zaken vaker: Ja
Is het ook de schuld van Twitter zelf: Ja
Is het daarom een dergelijke publicatie goed te praten: Nee
Als TechCrunch deze documenten publiceert hebben ze voor mij een beetje afgedaan. Waar zij zich beroepen een 2.0 nieuwssite te zijn, grijpen ze als het uitkomt toch terug op traditionele methodieken. Erg jammer.
Juist in dit tijdperk waar vertrouwen en relaties steeds belangrijker worden lijkt me dit vooral geen goede zet. En als ik Twitter was zou ik uberhaupt TechCrunch nooit meer een scoop geven. Sterker nog, ik zou de documenten nu zelf als eerste publiceren…
Twitter mag dan een onstuimige groei doormaken en veel media-aandacht krijgen, maar 53% procent van de leden heeft geen followers, 56% volgt niemand en 55% heeft zelfs nog nooit getweet!
Dit aantal niet-actieve leden klinkt wel erg hoog in de oren. Toch zijn dit de cijfers van het laatste ‘State of the Twittersphere’ rapport van Hubspot.
Om het nog een beetje erger te maken:
80% van de gebruikers heeft geen homepage URL ingevuld
76% heeft de bio niet ingevuld
69% heeft de locatie niet ingevuld.
Dit bevestigd de verhalen en ervaringen dat veel mensen even kijken wat Twitter is en dan vervolgens snel afhaken. Ik snap wel dat als je niemand volgt (en andersom) het een vrij saaie belevenis kan zijn. Alsof je bij iedere status-update loopt te roepen in een lege gymzaal.
Dan zijn er natuurlijk ook nog de actieve gebruikers. De gemiddelde gebruiker tweet .97 maal per dag en heeft inmiddels 119,34 maal getweet in totaal. En ook klopt het dat je altijd meer mensen volgt dan dat je gevolgd wordt. De gemiddelde following – follower ratio is namelijk ,77.
Uit het onderzoek komt verder een ander interessant feit aan het licht; Twitter wordt meer gebruikt dan alleen voor status-updates, het is met name een medium voor interactie en communicatie:
1% van alle tweets zijn retweets
38% van alle tweets van bevat een @ symbool (verwijzend naar een gebruiker)
33% van alle tweets begint met een @ symbool (antwoord aan een gebruiker)
Het meest frappante is dat het merendeel van de Twitteraars probeert het maximale aantal tekens (140) te gebruiken. Dat is natuurlijk te begrijpen, maar re-tweet technisch natuurlijk niet slim!
Ik ben benieuwd wat nu de oorzaak is van dat massale afhaken van de helft van de gebruikers. Is het te moeilijk? Is het de mediahype er om heen dat mensen er toe drijft om slechts even een account te openen? Of moet Twitteren nu gewoon in je bloed zitten?